uitvaartfaciliteit Venray

Het crematorium met uitvaartcentrum 'Boschhuizen' is sinds haar opening in april 2011 gesitueerd op de begraafplaats in het bestaande bos, aan de rand van het Noord-Limburgse Venray (ruim 43.000 inwoners). De toepassing van natuurlijke en duurzame materialen maken dat het gebouw zich voegt naar haar bosrijke omgeving. Binnen en buiten lopen vloeiend in elkaar over, waardoor er een rustgevende sfeer ontstaat die de bezoekers c.q. nabestaanden troost biedt. Nabestaanden krijgen ook het idee dat het lichaam van hun overleden dierbare geïntegreerd wordt met de natuur. De Bijbeltekst “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” (Genesis 18:27) wordt hierdoor werkelijkheid in dit unieke crematorium.

Een nieuwe hoofdroute leidt bezoekers vanaf de Spurkterdijk over het terrein van Boschhuizen. Vanuit deze hoofdroute, waaraan tevens het gebouw is gesitueerd, leidt een halfverhard pad het bos in, waar bezoeker hun auto's of andere voertuigen onder de bomen kunnen parkeren. 

Het sculpturale gebouw staat in directe verbinding met de gelijknamige begraafplaats die is gepositioneerd langs de toegangsweg. Het gebruik van natuur- en baksteen is in harmonie met de natuurlijke omgeving en heeft een uitnodigend, warm en zacht karakter. Door volumes op te tillen en uit te schuiven ontstaan openingen. Openingen zorgen voor licht en versterken de wisselwerking tussen binnen- en buitenomgeving. Een uitgeschoven portaal leidt bezoekers via een kozijnloze glazen strook naar de aula. Bezoekers vervolgen hun route via de patio met vijver naar de aula.

De glazen plint doet de aula in beleving van bezoekers enigszins 'zweven' en trekt het landschap van buiten door naar binnen. Zonder daarbij last te ondervinden van de nabijgelegen begraafplaats of backhouse. De aanwezige openingen geven de ruimte een verstild en sacraal karakter, waardoor het afscheid nemen nabestaanden persoonlijker wordt gemaakt. Op dezelfde wijze gaat de natuurstenen wand een relatie aan met haar bosrijke context, door het materiaal zowel aan de buiten- als binnengevel toe te passen. Het geeft het gebouw een natuurlijk signatuur, dat wordt versterkt door het frisse kleurgebruik van het interieur.  

Na de afscheidsceremonie komen bezoekers langs de andere zijde van de patio naar de uitvaartlounge. De patio bevat tevens een vijver en het daarin aanwezige water fungeert als symbool van transitiepunt van leven naar dood. Het is niet verwonderlijk dat het in diverse culturen gebruikelijk is om dergelijke gebouwen rondom een binnenhof te situeren. Een universeel gebaar met een ruimtelijke potentie dat nog steeds niets aan betekenis heeft verloren. Het faciliteert nabestaanden om een mooie blik op de hemel te richten, bedoeld als laatste groet. Nabestaanden kunnen de as van de overledene desgewenst verstrooien op speciale velden, nabij de urnengraven en de begraafplaats. Na het afscheid nemen, kunnen bezoekers terecht in de uitvaartlounge, dat tevens dienst doet als ontmoetingsruimte. Een unicum. Wanneer bezoekers het gebouw verlaten, worden ze met behulp van een verticale natuurstenen muur naar de parkeerplaats begeleid. 

Een informele route leidt bezoekers vanaf de hoofdroute door het bos naar de achterzijde van het gebouw, waar bezoekers het backhouse betreden. Het rouwbezoek vindt plaats in één van de vier intieme kamers, georiënteerd als laagdrempelige woningen langs een vredige straat. Het uitvaartcentrum, kantoor en urnenwinkel bevinden zich in de zuidelijke schijf van het gebouw. Dit deel is bewust meer op de levenden en op de aarde gericht.

De uitvaartfaciliteit 'Boschhuizen' was genomineerd voor de Architectuurprijs Venray 2011, een prijs die jaarlijks door de Gemeente Venray via een onafhankelijke en deskundige jury wordt uitgereikt aan bijzondere architectonische projecten in deze gemeente. Het juryrapport bevat het volgende commentaar over het crematorium: “Uit de aard van het onderwerp is “Boschhuizen” een ingetogen, evenwichtig plan dat mooi gesitueerd is in het bos. (…) Bijzondere materiaalkeuze en detaillering. De gevel van natuursteenplaten van wisselende diktes en kleur levert een prachtig beeld op. Het gebouw bevat in zekere zin twee werelden: die van de bezoekers, en de andere wereld van de mensen die er werken en zorgen dat alles goed verloopt. Dit is zowel ruimtelijk als organisatorisch heel knap gedaan. De route voor de bezoekers is ruimtelijk goed met veel aandacht voor daglicht, zonder dat inkijk of uitzicht de concentratie verstoort.”